Soms gaat het ondanks gemaakte afspraken al eens fout. Verneem hier een aantal tips die toepasbaar zijn binnen werk- en schoolcontext.

 

Wat als de jongere zich niet aan de afspraken houdt?

Tim is intussen al enkele dagen aan de slag. Hij laat voor de tweede keer zijn pauze met vijf minuten uitlopen. Op de eerste dag werden de pauzemomenten nochtans duidelijk vermeld. De eerste keer heb je dit voorval laten voorbijgaan; wat doe je nu als leidinggevende van Tim?

Tips

  • Wees duidelijk en concreet. 
  • Niet: ‘Ik zie je na de pauze.’ Wel: ‘Ik zie je terug om 11.15 uur.’
  • Verwijs naar de gemaakte afspraken op het werk; en besef dat deze voor de jongere nieuw zijn en anders dan op school.
  • Geef duidelijke gevolgen van een bepaald gedrag mee, maar geef de jongere ook genoeg kansen om zich te bewijzen.
  • Wanneer het de volgende keer goed gaat, mag je dit ook zeggen. Toon je appreciatie.

Wat als de jongere zich moeilijk integreert in het team?

Alexandra zondert zich tijdens de pauzes telkens wat af en heeft met niemand op het werk een klik. Alle collega’s proberen een gesprek met haar aan te gaan, maar zij toont zelf weinig interesse. Je hebt het gevoel dat Alexandra de collega’s eerder negeert en ontwijkt.

Tips

  • Bouw een vertrouwensband op.
  • Geef taken die binnen de mogelijkheden van de jongere liggen.
  • Geef complimenten en vraag naar de mening van de jongere.
  • Zorg voor informele kennismakingsmomenten.
  • Ga vaker samen of in groep lunchen.
  • Ga op zoek naar raakvlakken.
  • Probeer wat te vertellen over je vrije tijd, hobby’s, interesses …
  • Kijk of er mogelijkheden zijn om samen een project uit te voeren. Werken aan iets gemeenschappelijks kan jullie band versterken.

Wat als de jongere fouten maakt?

Je merkt dat de jongere bij een opdracht volledig de mist is ingegaan. Hij had nochtans aangegeven dat hij dit al op school had gedaan.

Tips

  • Fouten maken kan; de jongere is nog lerende.
  • Spreek de jongere er tijdens het leerproces over aan.
  • Maak de fout bespreekbaar, ga op zoek naar de oorzaak.
  • Durf kansen en vertrouwen te blijven geven.

Wat als de jongere geen motivatie toont?

Je begeleidt sinds een paar maanden Liam. De laatste tijd merk je een aantal dingen op; hij uit veel kritiek op de organisatie, wil sommige opdrachten niet doen, maakt meer fouten dan anders.

Tips

  • Geef meteen feedback.
  • Let op met eigen interpretaties, maak niet te snel veronderstellingen.
  • Probeer niet te oordelen of te denken in termen van lui, negatief enz. Bv.: ‘Je hebt je weer overslapen zeker?’
  • Vermijd waarom-vragen, dit lokt verdediging uit.
  • ‘Waarom doe je de opdrachten niet meer?’
  • Kijk nog eens terug naar de feedbackregels. Klik hier!

Wat als de jongere de instructies of werkmethode niet opvolgt?

Je geeft Lina persoonlijke beschermingsmiddelen waaronder handschoenen maar je merkt dat zij hier niet zo veel aandacht aan besteedt. Je hebt al een aantal keer de instructie gegeven om deze te gebruiken omdat je het belangrijk vindt dat er veilig gewerkt wordt in jouw bedrijf.

Tips

  • Benoem de feiten, vermijd interpretaties.
  • Niet: ‘Je werkt onveilig.’ Wel: ‘Ik zie dat je geen handschoenen draagt.’
  • Vertel waarom het voor jou/de organisatie belangrijk is.
  • Hang er een gevolg aan vast (veiligheid voor jezelf en voor je collega’s).
  • Wanneer het de volgende keer goed gaat, mag je dit ook zeggen. Toon je appreciatie.

Wat als de jongere geen respect toont?

Je begeleidt een jongere. Hij is een harde werker en leert snel bij. Je merkt echter dat hij niet altijd goed omgaat met materiaal. Hij zet het niet op de juiste plaats terug of hij brengt het beschadigd terug. Jij vindt het belangrijk dat medewerkers respectvol omgaan met het materiaal van de organisatie.

Tips

  • Vertel wat de jongere goed doet. Bv.: ‘Ik merk dat je snel weg bent met de dingen die ik zeg, dat toont me je motivatie.’ Benoem de feiten.
  • Wel: ‘Ik heb gezien dat je de ladder terug hebt gezet en dat die aan één kant beschadigd is.’
  • Niet: ‘Je gaat onrespectvol om met bedrijfsmateriaal.’
  • Maak duidelijk dat het niet erg is als materiaal per ongeluk wordt beschadigd tijdens het werk. Het melden ervan is belangrijk want anders  gebruikt een collega daarna het beschadigde materiaal.

Wat als de jongere constant met zijn/haar smartphone bezig is?

Je merkt dat Stijn elke vijf minuten zijn smartphone checkt. Verder is het je al opgevallen dat Stijn ook na het afwerken van zijn opdracht telkens met zijn smartphone bezig is. Jij vindt het belangrijk dat Stijn verderwerkt en na een afgewerkte opdracht meteen aan een nieuwe opdracht begint.

Tips

  • Verbieden werkt niet: bespreek wel samen wat er kan tijdens de werkuren en maak hier duidelijke afspraken over.
  • Spreek vaste momenten af waarop medewerkers hun smartphone mogen gebruiken.
  • Leg uit waarom regels belangrijk zijn.
  • Bedenk hoe je de smartphone kan integreren in het werk. Misschien kan de jongere foto’s maken van de nieuwe dingen die hij leert?

Wat als de jongere weinig initiatief neemt?

Je vindt dat Enzo meer initiatief moet nemen. Enzo doet enkel de taken die hem worden gevraagd. Na het afwerken van een taak vraagt hij niet naar een nieuwe taak en gaat hij niet op zoek naar werk.

Tips

  • Besef dat dit nieuw is voor de jongere en dat het anders is dan in een schoolcontext.
  • Peil naar de verwachtingen van de jongere.
  • ‘Wat verwacht jij van deze job?’
  • Vertel dat de jongere bij jou terecht kan met vragen.
  • Leg aan de jongere uit wat ‘initiatief nemen’ en ‘werk zien’ is.
  • Maak duidelijk dat dit belangrijke attitudes zijn op de werkvloer en moedig hem/haar aan dit zelf toe te passen.

Wat als de jongere regelmatig te laat komt op het werk?

Je begeleidt sinds een week een nieuwe jongere. Hij komt te laat aan op het werk waardoor jij 15 minuten met je vingers hebt moeten draaien om te kunnen beginnen. Hoe reageer je?

Tips

  • Verwijs naar de afspraken die aan het begin werden gemaakt.
  • Verduidelijk je verwachtingen zonder verwijtend te zijn.
  • Niet: ‘Je moet …’ Wel: ‘Ik verwacht …’
  • Reageren vanuit ergernis, creëert ergernis bij de ander.
  • Communiceer concreet, met feiten.
  • Niet: ‘Je bent weer te laat.’ Wel: ‘We hebben afgesproken om 9 uur en het is nu 9.15 uur.’
  • Vraag hoe het komt dat de jongere te laat is en zoek samen naar een oplossing om herhaling te vermijden.

Wat als de jongere de Nederlandse taal niet zo goed beheerst?

Nafi is nog maar enkele jaren in België. Toch heeft zij zich al goed geïntegreerd door een opleiding te volgen en Nederlands te leren. Haar Nederlands is echter nog verre van vloeiend.

Tips

  • Zet in op het gebruik van duidelijke taal.
  • Herhaal indien nodig.
  • Ga er niet vanuit dat de jongere je direct begrijpt. Ook al vraag je: ‘Heb je me begrepen?’, en is het antwoord: ‘Ja’.
  • Vraag aan de jongere om je vraag te herhalen en wat de opdracht inhoudt.
  • Laat de jongere ‘Google Translate’, of iets dergelijks, op de smartphone gebruiken.